Hoe wil de federale regering de bovenmatige toekenning van voordelen alle aard beperken?
De regering wil de druk op het brutoloon bij werknemers en bedrijfsleiders verminderen door de voordelen van alle aard te beperken tot maximaal 20 % van het belastbare jaarlijkse brutoloon.
Wat betekent dit in de praktijk?
Invoering van de ‘20% -regel voor voordelen alle aard’
Principe
Om de druk op het brutoloon van zowel werknemers als bedrijfsleiders te verminderen wil de federale regering de bovenmatige toekenning van voordelen alle aard fiscaal ontmoedigen.
Het gaat specifiek om forfaitair geraamde voordelen alle aard die aan werknemers of bedrijfsleiders worden toegekend en die meer bedragen dan 20% van de totale belastbare bezoldigingen van respectievelijk de werknemers of bedrijfsleiders tijdens het belastbare tijdperk.
Met deze maatregel wil men werkgevers aanmoedigen tot een gematigd gebruik van voordelen alle aard en hen stimuleren om hen een groter deel van de bezoldiging in loon uit te betalen.
Berekeningswijze
De beoordeling van de zogenaamde 20%-grens gebeurt apart voor elke categorie werknemers en bedrijfsleiders, en gebeurt dus niet op individueel werknemersniveau.
Enerzijds wordt voor de werknemers gekeken naar de verhouding tussen de forfaitair vastgestelde voordelen en het totaal van hun belastbare bezoldigingen.
Anderzijds wordt voor de bedrijfsleiders een aparte berekening uitgevoerd waarbij de forfaitair vastgestelde voordelen worden afgezet tegenover hun totaal belastbare bezoldigingen.
Bij deze beoordeling worden uitsluitend de forfaitair geraamde voordelen van alle aard in rekening gebracht zoals onder andere de terbeschikkingstelling van bedrijfswagens, goedkope leningen of het verstrekken van gratis of goedkope huisvesting.
De vrijgestelde sociale voordelen zoals bepaald in artikel 38 WIB 92, worden bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Denk hierbij onder meer aan de toekenning van maaltijdcheques, sport/cultuur en ecocheques onder bepaalde voorwaarden.
Sanctie
Bij het overschrijden van deze zogenaamde 20%-grens wordt in de personenbelasting in hoofde van werkgevers/ exploitanten en werkgevers/beoefenaars van vrije beroepen een afzonderlijke belasting van 7,5% toegepast op de bovenmatig toegekende forfaitaire voordelen alle aard aan werknemers . Deze bijdrage is niet aftrekbaar in de inkomstenbelasting.
In de vennootschapsbelasting wordt ook een afzonderlijke aanslag van 7,5% voorzien op de bovenmatig toegekende forfaitaire voordelen aan hun werknemers.
Bij het toekennen van bovenmatige voordelen alle aard aan bedrijfsleiders leidt dit tot het verlies van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.
Voor bestuurders van verenigingen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, wordt dezelfde heffing van 7,5 % toegepast bij de toekenning van bovenmatige forfaitaire voordelen aan werknemers en bedrijfsleiders.
Let wel: bovenvermelde is gebaseerd op ontwerpwetgeving en bijgevolg nog aan wijzigingen onderhevig.
Bron :
- Art. 76 - 88 van wetsontwerp van 17 december 2025 tot hervorming van de personenbelasting ( DOC 56 1243/001).
Dit bericht delen: